Ik had drie beestjes,
drie beestjes van steen.
Een vogeltje.
Een veulentje.
Een varkentje.
Ze zijn gevallen.
Ze braken stuk.
Ik heb ze gelijmd.
‘t Is bijna gelukt.
Ik ben drie beestjes,
drie beestjes van steen.
Een volentje.
Een veukeltje.
Een vargeltje
Filed under: 1